Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

CVERH0540_0540_45584

Een sage (mondeling), 1982

Hoofdtekst

34.D En dan in de Madritten bij grootvader (Jan Brouwers), daar was dan een kindje ook ziek. Daar kwam dan ook een oud moedertje, ik weet niet meer hoe ze heette. En toen gingen ze met dat kindje op bedevaart, hé, en toen zei vader tegen moeder : "Melanie, ziet dat ge geen mannen binnenlaat en als die aan de deur komt".., Daar in het moosgat. Er was vroeger overal een moosgat, dat ze hun water daar buiten. Daar moet ze dan een strootje inleggen en een dinge van een kruisje, zodat zij daar niet binnen kon. En ze stond maar op de deur te kloppen : "Melanieke, laat me toch binnen". En grootmoeder zei maar niets, hé. Ja en dat kindje is later ook gestorven. Maar toen zeiden ze ook : "Dat is de kwade hand". Maar dat is dat niet geweest want dat zijn ook allemaal oude mensen. Vroeger was dat altijd een heks, hé. Dat was de kwade hand en dat kindje was ziek en zo was dat overal, hé.

Beschrijving

In een huis waar vaak een oud vrouwtje op bezoek kwam, was een kind ziek. Toen men met het kind op bedevaart ging, sprak men tot het meisje dat thuisbleef: "Let goed op, je mag niemand binnenlaten!" In het afvoergat voor het water had men gekruiste strohalmpjes gelegd. Tijdens de afwezigheid van de bedevaartgangers kwam het oude vrouwtje op de deur kloppen met de woorden: "Laat me toch binnen, laat me toch binnen". Het kindje is later gestorven.

Bron

C. Verheyen, Leuven, 1982

Commentaar

2.1 Heksen
antwerps (arendonk)
34D
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Arendonk    Arendonk