Hoofdtekst
G’had daar aan de Borrebeke danze zeien dat het ook spooktige. ’t Passeerdige daar ne vent die ’t senavonds laat afkwam. En d’er was een wijf, een oud wijf en hij kreeg ne pannekoeke of dreie. En ot (als) hij thuiskwam, ’t was daar ook nen heird hé… en hij lei hij dat al, die pannekoeken hé, op een blek (blik) in den heird en de pannekoeken wiptigen omhoge en waren de schouwe in.
Beschrijving
Bij de Borrebeek spookte het. Een man die daar 's avonds laat voorbijkwam, ontmoette een vrouw van wie hij enkele pannenkoeken kreeg. Bij zijn thuiskomst legde de man de pannenkoeken in een blik boven het vuur. De pannenkoeken vlogen echter omhoog door de schoorsteen.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
309
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Borrebeek   
Naam Locatie in Tekst
Beernem   
Plaats van Handelen
Borrebeek   
