Hoofdtekst
Dwergen helpen de menschen.Hier woonden menschen en die woonden in een oud huizeke en dat voorste deurke ging altijd open 's avonds. En daar was zoo'n vensterke waardat ze door konden kijken en daar kwam dan zoo'n heel klein kaboutermanneke binnen met een zwart petje op en dat had een schuppeke en dat maakte drie kuiltjes in den grond. En dat was al dikwijls geweest en toen zegden de menschen: "Ge moet eens kijken dat er niets anders zit, want daar kan geld in zitten – want geld mag niet verloren blijven…" En toen vonden ze in elk kuiltje een pot goud.
Beschrijving
In een huisje in Meerle zag men de voordeur 's avonds altijd opengaan. De mensen zagen een klein kaboutertje met een zwart petje binnenkomen. Het kaboutertje kwam met een schopje binnen en groef drie kuiltjes. Later vonden de mensen in ieder kuiltje een pot met goud.
Bron
A. De Haes, Leuven, 1943
Commentaar
1.2 Aardgeesten
antwerps
98
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Meerle   
Plaats van Handelen
Meerle   
