Hoofdtekst
Ja ja’k, ‘k heb ook nog van de mare berêen geweest!Ewel, ‘k was ontwekt; ’t was rond den drien van de nuchtend. En ’t sliep daar ’n ventje en ’t zei: "’k Zou’nen emmer water willen." En ‘k zeie: "Ventje, wacht tot als ’t begint te klaren." En ’t komt daar op ’t zelfste moment iemand kloppen op de veister. En ommeddekeer hé, ’t is lijk ‘ne zak koren die op mij ligt. En ‘k riepe ‘k ik standvastig naar vader, maar hij hoorde hij dat niet : ‘k koste niet roepen! Dat was zuuste ‘ne zak koren die op mij lag! En achterna ‘k roepe: "Onze Lieve Vrouwe, verlos mij!" En ‘k gerochte der alzo uit.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Een man werd omstreeks drie uur in de ochtend wakker. Naast hem sliep een mannetje dat om een emmer water vroeg. De man antwoordde: "Wacht tot het licht wordt". Het volgende ogenblik klopte er iemand op het raam. De man had het gevoel alsof er een zak koren op hem lag en hij slaagde er niet in zijn vader te roepen. Toen de man had geroepen: "Onze Lieve Vrouw, verlos mij!", was het gewicht verdwenen.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
127
memoraat
Naam Overig in Tekst
Onze Lieve Vrouw   
Naam Locatie in Tekst
Otegem   
