Hoofdtekst
Nen andren keer, verteldige Sies Geirnaert, "ik kwame van Knesselare mee mijne maat en me moest overgezet worden. Zo me gaan al klappende voort en me komen tussen de bokken (beuken) en al mee ne keer azoon eefrouwe (juffrouw). En wilder (wij) dood van schrik en ‘k en krege haast mijnen asme niet. En hoe meer dasse tegen ons drumdige hoe groter dasse wierd. En wilder (wij) d’er van onder. En ‘t ’s andrendaags gingek naar de pastre en verteldigek datte. "En azoon eeffrouwe, en azoon madam." En de pastre zei: "Mensen blijft de Zondag wat langer in de kerke toedat ’t St. jansevangelie gelezen is en g’en zult dat allemale niet meer tegenkomen. Zou het niet waar zijn, peisde?
Beschrijving
Een man die samen met zijn vriend terugkwam van Knesselare, kwam tussen de beuken een juffrouw tegen, die alsmaar groter werd. Bang liepen de twee mannen weg. Toen de mannen de volgende dag aan de pastoor vertelden wat er gebeurd was, sprak de geestelijke tot hen: "Mensen, blijf op zondag wat langer in de kerk zitten tot het Sint-Jansevangelie gelezen is. Dan zal je zulke dingen niet meer meemaken!"
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.2 Aardgeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
23
memoraat
Naam Overig in Tekst
Sint-Jansevangelie   
Naam Locatie in Tekst
Sint-Joris-ten-Distel   
Plaats van Handelen
Knesselare   
