Hoofdtekst
In den tijd gingen we wieder dikkels lindebloemen gaan trekken, en we waren goed bezig, van oe daar olsan een vrouwmens dichte tegen mi stond, en z’haperde olsan aan mi; ‘k peinsde lik in ’t begin dat da vrouwmens wos van de werksters, maar ommettekeer ‘k keek en ’t wos een vrouwmens met ne grote pander met ’n dubbele hulle (deksel), lik ol de toveressen, en ze zei: "Wuk doe je gij hier?" – en ‘k zei: "Wuk hè je gij hier verloren?" en ‘k riepe ol de andere werkers. Maar ommettekeer ze wos weg lik in ne wind.
Beschrijving
Een man die samen met enkele vrouwen lindebloemen aan het plukken was, zag plots een vrouw met een grote korf met een dubbel deksel naast zich staan, die vroeg: "Wat doe jij hier?" Daarop antwoordde de man: "Wat ben jij hier verloren?" De man riep de andere werksters onmiddellijk. Het volgende ogenblik was de toveres verdwenen.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (ieper)
176
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Zillebeke   
