Hoofdtekst
D’er hee nen hellewagen hier over den Dries geweest. Eerst waren ’t witte peirden die hem voorttrokken en onze (als ze) een ende voortgingen waren ’t zwarte en onze nog een einde voortgingen waren ’t weer witte. En tons (dan) waren d’er geen wielen aan en ’t sleeptige tegen de grond. Maar da gebeurdige ot (als het) hard waaidige.
Beschrijving
Wanneer het hard waaide, kon men de hellewagen over de Dries zien vliegen. De wagen werd getrokken door witte paarden, die wat verderop veranderden in zwarte paarden en vervolgens weer wit werden. De hellewagen verloor zijn wielen, waardoor hij over de grond sleepte.
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
43
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Dries (Knesselare)   
Naam Locatie in Tekst
Knesselare   
