Hoofdtekst
Oan den ingang van de dreef van 't kesteel steit do een grote zwatte brier. Doöp steun twee meerminnen. De minse hoanen sjrik van dai plak en doarden do nie goed veurbai geun. Vruuger vertelden ze altaid dat de meerminne do eens aofgekomen woaren. Sedert hoanen de minse altaid sjrik dat dai meerminne trug lèvend zouden weunen (worden).
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Bij de ingang van de kasteeldreef stond een slagboom waarop twee meerminnen zaten. Omdat men vroeger vertelde dat de meerminnen een keer van de slagboom waren gekomen, durfden de mensen niet in de buurt van de kasteeldreef te komen.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (borgloon)
290
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Veulen   
