Hoofdtekst
X: Doodkaarsen, er bestaan daar ook verhaaltjes over.5: Ja, ja, van die doodkaarsen, ja. Wij gingen eens (lacht) naar de, als het Kerstmis was hé, naar de Kerstmis met een hele bende van de Brabanthoek en nondepie, plotseling, in een bosje, wij zagen daar een doodkaars. Maar wij dachten dat dat een doodkaars was hoor, maar het was… , de mis was dan om vier uur, hoor, ’s ochtends. Maar toen wij weerkeerden, weet je wat dat was? Dat was geen doodkaars, dat was een man die daar zijn pijp aangestoken had in dat bosje, en wij dachten dat dat een doodkaars was. "Kijk eens, dat kan niet zijn hé", zei mijn vader zaliger, "dat brandt, dat is geen doodkaars, ze brandt." En we wisten het pas dan. Maar ik heb dat nog gehoord, hoor, doodkaarsen, maar wat dat wil zeggen, ik weet het niet hoor, kindje. Ik kan maar dat zeggen.
Beschrijving
Enkele mensen uit de Brabanthoek gingen op Kerstdag om vier uur 's ochtends naar de mis. Onderweg zagen ze een lichtje in de bossen. De mensen geloofden dat het een doodkaars was. Eén van de mannen zei dat het geen doodkaars kon zijn, omdat het lichtje brandde. Op de terugweg stelden ze echter vast dat het lichtje een man was, die zijn pijp in het bos had aangestoken.
Bron
M. Sohier, Leuven, 1982
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (poperinge)
5D
memoraat
Naam Overig in Tekst
Kerstmis   
Naam Locatie in Tekst
Poperinge   
Plaats van Handelen
Brabanthoek (Poperinge)   
