Hoofdtekst
Doa was ene knech(t) in een wenning (= hoeve), die kwam 's avonds thuis van kersièren (= vrijen). Toen liep doa e väreke a(ch)ter hem noa, het was e väreke zonder sta(ar)t. - Mè die bag (= big) liep overal rond hier, de minsen hadden grauwel (= angst) voor uit de huis te komen. - Hij was dood van de schrik 'de wab, de wab!' zeiter op de bag! Hij kon nog niemee fatsoenlijk spreken.
Onderwerp
SINSAG 0478 - Andere Erlebnisse; unbeschreibbare Spukerscheinungen.   
Beschrijving
Een knecht die 's avonds terugkwam van een bezoek aan zijn vriendin, werd tot zijn grote schrik gevolgd door een varken zonder staart.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
R36
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rutten   
