Hoofdtekst
In ’t begin dat ‘k getrouwd was koste mijne vent nooit niet slapen. En de paster kwam ‘ne keer, en hij zei: "Wat is dadde met uwe vent", zeid’ie, "is-t-tie ziek?" ‘k Zegge: "Ja hij kan nooit niet slapen. Van dat hij vijf minuten in bedde ligt, is-t-ie weg: hij klapt geen woord meer, en altijd maar werken met zijn handen en zijn voeten."En ’t was één van d’eerste dagen dat we getrouwd waren, dat hij ook zo raar deed. En ‘k liepe naar zijn ouders, recht over de deure, in mijn slaapkleed. En ze zeien: "Loop zere naar huis en noem hem. ’t Zal misschien gedaan zijn." En ikke naar mijne vent; en zulder achter. En met dat ‘k hem noemde, hij schoot eruit.Ja ja, de name noemen is veruit ’t beste, want we hadden al van alles gedaan: met ’n broodmes op zijn herte slapen, of met ’n gepelde mandewisse. Maar ’t was al geen avance geweest.Ja, zijne name noemen is nog veruit ’t beste.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Een man die pas getrouwd was, kon niet goed slapen. De man lag nog geen vijf minuten in bed of hij kon niets meer zeggen en begon met zijn handen en voeten te bewegen. De ongeruste echtgenote liep in haar slaapkleed naar de ouders van de man die in het huis aan de overkant van de straat woonden. De ouders gaven de vrouw de raad om de naam van de man te noemen. Toen de vrouw dat deed, was de man onmiddellijk verlost. Ze hadden immers al allerlei zaken geprobeerd, bijvoorbeeld slapen met een broodmes of met een strohalm op de borst, maar niets had geholpen. Ook de pastoor was al langsgekomen. Het noemen van de naam bleek uiteindelijk dus de beste remedie te zijn.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
131
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Vichte   
