Hoofdtekst
’t Heeft nog geweest dat ze zaten in een herberg, dat ik heb horen vertellen, en ze gingen een partie kaarten. "Eh ja”, zegt Placiden, "’k heb ik acht troeven”. "Hewel”, zegt Vlaeminck, "’k heb ik ook acht troeven”. Zodus, ze mosten uitscheên met kaarten. Ze hadden alle twee acht troeven. Ze waren alle twee even sterk. Dezelfde troeven! Ik heb dat horen vertellen van mensen die er bij waren.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
In een herberg zaten twee mannen te kaarten. Op zeker ogenblik zei één van de mannen: "Ik heb acht troeven". Daarop sprak de andere man: "Ik heb ook acht troeven. We moeten dus stoppen". De twee tovenaars waren allebei even sterk.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
26
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Jan   
