Hoofdtekst
Die hun moeder (de moeder van heikes Harieke en zijn zuster Net) en in Rapertingen een eh Croesen dat was Twain dat was ook zo een. Die vrouw, die oude vrouw hè, die werkte nooit niet anders en hoe oud dat die was eh die heb ik nog gekend zuur, nog hel goed gekend. In de tijd dat ik naar school ging maar ik ging in Diepenbeek naar school en ik woonde in Rapertingen en daar hadden de kinderen altijd zo bang van. Die stond altijd achter de barrier - maar vroeger jaren was daar geen geld om een fatsoenlijke barrier te maken, dat was een barrier gemaakt zo van stokken van de bos zo aaneengenageld hè - en die hing altijd zo aan de barrier vast: 'Kindjes kom toch eens hier, kindjes kom toch eens hier.' En dan hadden de kinderen bang en dan was ze kwaad hè. Maar als ze kon aan een kind komen het is hetzelfde met haar handen of zo aan het kind zijn gezicht of hetzelfde wat, dan stond het vol kwaad... ELKES keer.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
De moeder van Harieke en Net was een heks. De vrouw stond altijd bij de slagboom te roepen: "Kindjes, kom eens hier!" Omdat de kinderen bang voor haar waren, werd de heks kwaad. Elk kind dat door de heks was aangeraakt, werd het slachtoffer van de kwade hand.
Bron
W. Achten, Leuven, 1971
Commentaar
2.1 Heksen
midden-limburgs
m''
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Harieke   
Net   
Naam Locatie in Tekst
Diepenbeek   
