Hoofdtekst
Beschrijving
Een man uit Overheide ging 's nachts vissen in de beek. Toen hij bij een kasteel onder een rij bomen kwam, zag hij daar een stallicht hangen. Het licht ging met hem mee en ging op een tak boven hem zitten. De man bad een onzevader en zag even later wel honderd stallichten verschijnen. Dat waren allemaal verdwaalde zielen. Omdat de man bij zoveel licht geen vis kon vangen, ging hij naar huis. Het eerste stallicht bleef hem volgen tot bij zijn huis, waar het voor de deur ging zitten. Toen de man met veel moeite was binnengeraakt, ging het stallicht op de vensterbank van de slaapkamer zitten. Even later kwamen ook daar weer nieuwe stallichten bij. Na een tijdje viel de man in slaap. De volgende ochtend waren alle stallichten verdwenen.
Bron
J. Wauters, Leuven, 1962
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
antwerps (klein-brabant)
25
Grootvader van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oppuurs   
Plaats van Handelen
Overheide   
