Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

ADESM0214_0216_29963 - 't Vetkot

Een sage (mondeling), 1955

Hoofdtekst

't Vetkot.As ekik een klein manneke was, da es nui al in de tfijftig jaar leen, wierd der daar verteld op Zingem en Heurne, dat er daar een fabrieke kwam veur beesten te koken. Maar 't ha rap nen anderen name, s' heettegen dat 't Vetkot. Ja, inderdaad, s' beginnen te bouwen en da kwamt er een vetko t. En van ver en bij kwamen de beesten die gestorven waren aan een ziekte, aan de kole of ane ander ziekten, tuberculose, enfin, alle zieke beesten kwamen van ver en bij daar naartoe, zelfs van tegen Holland. Sebiet waren der dare drij vier karren, ezo zwarte karren mee een grote kappe over. Enne die mannen, die voerders vertrokken s morgens, soms wel veur drij dagen lang. Se gingen zulder, 'k zegge, in heel Oost-vlaanderen en nog verder, en da waren meest allemale gasten, ze waren rap de bane gewend, die geiren ne goeien dreupel dronken. Natuurlijk, ze zaten der bij die beeste, en as da Zomer was da begoest te stinken in die karre, maar vooruit moesten ze, selfs grote dode vissen kwamen der daar naartoe. Allez, da wierd der almale gekookt en gebronseld, en de benen uitgedaan, maarre stinken in heel die omgevinge, de mensen en kosten op ulder land nie blijven dat dat zo geweldig stonk. In plaatse van 't Vetkot s' heettegen 't tons al de Stinkfabrieke. Enne, dinges, Goedefroots was ezo ne vooruitstrevenden boer, en dieë zei: "Da moe veurzekers goe vet zeen veur op 't land, zeit ie, al zuk nen boeljon van al die grote zware beesten". Enne, ie was hij den eesten die der altijd op zijn land van die, dus van da sop, van die ale op zijn land voerdege. En da was altijd de Vrijdag dan ze dien uitvoer deen, en stinken, allez, der 'n bestaan geen dingen, dien ezo ne walgelijke reuk en geur verspreiddegen link of dat 't van die ale was. Da heet der veel jaren gestaan, enne 't sta mij nui veuren, dat dat in den oorlog van veertiene, 't was der nen directeur, maar in den oorlog van veertiene wierd heel die kant, da stond der naar de Seheldekant toe, ten andere, ge keun nog der altijd zeker puinen zien van die kelderingen dien der overgebleven zeen, es dat afgeschoten van aan d'n overkant van de Schelde deur de Duitschers. Maar as de mensen kontent waren dan ze daar van verlost waren! S' ho'n dikwijls gewenst, 'k wense da da Vetkot in de lucht vloog, maar uldere wens wierd vervuld, 't was ezo mee d'n oorlog, de Duitsche he'n ‘t in de lucht geschoten. En 't 'n es hij daar tons geen ander meer komen, 'k en wee kik nie wa dan zulder later mee die beesten en mee al dien afval gedaan hè'n. Enfin, dat es daar afgeschaft weest tons.

Beschrijving

In de buurt van Zingem en Heurne kwam een fabriek waar dieren werden gekookt. De mensen noemden de fabriek ‘het Vetkot’. Van heinde en ver bracht men dieren die aan een ziekte waren gestorven naar die fabriek. Vaak vertrokken enkele voermannen ’s ochtends met drie of vier zwarte karren waarover een grote kap hing, naar de fabriek. Zelfs grote dode vissen werden naar de fabriek gebracht. Wanneer de dieren daar werden gekookt, kon men de stank in de hele omgeving ruiken. De fabriek werd dan ook al gauw ‘Stinkfabriek’ genoemd. De mensen waren bijna opgelucht toen de fabriek tijdens de eerste wereldoorlog door de Duitsers werd vernield. Ze hadden vaak gezegd: “Ik wou dat het Vetkot in de lucht vloog” en hun wens werd vervuld.

Bron

A. Desmyter, Gent, 1955

Commentaar

4. Historische sagen
oost-vlaams (zuiden: bevere en oudenaarde)
142
Ongeveer vijftig jaar geleden, aldus de informant
fabulaat

Naam Overig in Tekst

Vetkot (bij Zingem en Heurne)    Vetkot (bij Zingem en Heurne)   

Naam Locatie in Tekst

Bevere    Bevere   

Plaats van Handelen

Zingem    Zingem   

Heurne    Heurne