Hoofdtekst
Mene sjoonzoon koem op nen oavond eens trug thous. Toen zoag hij opens allemoal witte kiezel op de grond liggen. Hij dirf niet meer verder langs dees boan en mokte ne grote eumweg. Want men zaag dat de zwatte heer hier voorbij gekomen was en deze kiezel achtergeloaten had om de minsen te lokken.
Beschrijving
Een jongeman die 's avonds naar huis wandelde, maakte een grote omweg omdat hij witte kiezelstenen op de grond had zien liggen. De mensen vertelden immers dat de zwarte heer die kiezelstenen had achtergelaten om de mensen te lokken.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (borgloon)
31
Schoonzoon van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Veulen   
