Hoofdtekst
’t Slijten van ’t vlas was gedaan en ze gingen allemale bij den boer gaan vieren. Maar ommeddekeer zag-t-er ’n vrouwe dat er ‘ne vent uit heur huis kwam gelopen, en zij naar heur huis, en d’andere slijters der achter. En ze kwam thuis en ze zag dat dien dief vijhonderd frank gepakt had, en dat was vele in dien tijd zulle!En ze gingen zere naar de paster van Ijvegem en hij kwam af om te lezen. En hij bleef daar wel ’n ure om te lezen. En ’s anderdaags lag die vijfhonderd frank in ’t vertrek (W.C.).
Beschrijving
Na het slijten van het vlas vierden enkele mensen feest bij een boer. Plots zag één van de vrouwen dat er een vreemde man uit haar huis kwam gelopen. De vrouw haastte zich naar huis en stelde vast dat er vijfhonderd frank was gestolen. Daarop ging de vrouw naar de pastoor van Ijvegem, die wel een uur in het huis bleef bidden. De volgende dag lag het gestolen geld op het toilet.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (tussen schelde en leie)
528
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Deerlijk   
