Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

LDHAE0360_0360_31846

Een sage (mondeling), 1975

Hoofdtekst

X: Waren er hier geen aflezers?Ja, ik mag dat zeggen want dat was een braaf vrouwmens. Ze had niet de naam van toveres hoor. Maar ik had op mijn hand zeer veel wartjes (wratjes). En zij zegt tegen mijn moeder – zij verkocht kolen – : „Zeg tegen uw meisje dat ze eens mag komen, ik zal ze wegdoen".Ze had een groot koolkot en ik moest in dat koolkot meegaan, en ik weet goed dat ze dat oversmoutte met een soort vlees, vet vlees, en ze sprak niet en ze bad en ze wreef daaop. Maar ik mocht dat tegen niemand zeggen. Maar als kind kunt ge niet zwijgen en ik had het toch gezegd. Maar ze waren niet weg. En ik ben dan nog eens geweest en dan heb ik gezwegen en mijn warten zijn allemaal weggegaan en ik heb ze nooit meer gezien. Dat is gebeurd op mijn handen. En ze stak dat vlees dan ergens te rotten.

Beschrijving

Een meisje dat veel wratjes op haar hand had, kreeg van haar moeder de raad om naar een vrouw uit het dorp te gaan. Die vrouw nam het meisje mee naar het kolenhok, waar ze met een soort vlees over de wratten wreef en daarna het vlees weggooide. Het meisje mocht aan niemand iets over haar wratten vertellen. Ze deed het echter toch, waardoor de wratten niet verdwenen. Het meisje is dan nog een keer naar de genezeres geweest. Omdat ze deze keer wel had gezwegen, verdwenen de ratten toch.

Bron

L. D'haeze, Leuven, 1975

Commentaar

oost-vlaams (zuiden)
170F'
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Nederename    Nederename