Hoofdtekst
In mijn jongde (jeugd) heb ik veel meegemaakt van ’t geen dat we tegengekomen zijn: veel sterften van beesten. En we hadden wij eerst op dat dat van Ons Heer kwam, maar door den duur omdat we zulke danige aardigheden zagen, en ’s nachts allemaal dat lawaait, peizdegen wij dat dat niet en kost zijn. En daarmee namen wij onzen toevlucht tot ’t geestelijk. En we waren naar Gent, naar de paters Augustijnen geweest. En als we daar naartoe gingen was dat nogal dikwijls ne keer gedaan: ze overleesdegen ons, ze gaven ons gewijd brood, waar moesten daar negen dagen van eten, en in ’t eten van de beesten ook doen, en binst de negen dagen moesten we allemaal biechten en te communie gaan. En dat was nogal dikwijls ne keer gedaan, maar als dat te ver gekomen was en en was dat niet gedaan, dan moeten ze zelf komen. En als de neuvaine uit was, was ’t van tien negen keren gedaan.
Beschrijving
Op een boerderij waar veel dieren stierven, ging men te rade bij de paters van Gent. De mensen werden door de paters overlezen en kregen gewijd brood waarvan ze negen dagen moesten eten. Ze moesten ook stukjes van dat brood met het voeder van de dieren mengen. Binnen die negen dagen moesten alle bewoners van de boerderij biechten en te communie gaan.
Wanneer de paters zulke interventies ondernamen, was het ongeluk meestal afgelopen na die noveen.
Wanneer de paters zulke interventies ondernamen, was het ongeluk meestal afgelopen na die noveen.
Bron
M. Van Der Linden, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (denderstreek)
360
Jeugd van de informant
memoraat
Naam Overig in Tekst
paters van Gent   
Gent (paters van)   
Naam Locatie in Tekst
Aspelare   
Plaats van Handelen
Gent   
