Hoofdtekst
Stiene Bellinckx was ook zo ene gelijk V. Noyen. Een oud wuf (wijf) en ze ging kreupel. Under (hun) jongste, van Pieters was ongelukkig, van haar. Z’had zij de kwajen hand. ’t Koste (kon) niet gaan, dat kind, ’t piste en ’t kakte waar dat ’t stond, ’t was geheel en gans betutterd (onnozel). En ’t waren d’er dan nog drie ongelukkig toe (te) P. Mortiers en dat was ook van haar. En alle dagen naar de messe (mis) he en Virginie ook.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een oude kreupele vrouw had een kind dat behekst was. Het kind kon niet lopen het het was niet zindelijk. De drie andere kinderen van die vrouw waren onnozel. De vrouw ging iedere dag naar de mis.
Bron
J. Aspeslagh, Leuven, 1958
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (kamerlingsambacht)
160
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Middelkerke   
