Hoofdtekst
O de menschen nor d’herberge goengen en ze kwamen late were en ’t woren d’er die dat wisten, ze pakten e keten of twee mee en ze liepen over de strate. Dat woren toen waterduvels. Mor dat bestaat nu niet meer.
Beschrijving
Wanneer de mensen 's avonds laat terugkwamen van de herberg, werden ze vaak opgeschrikt door mensen die met kettingen over de straten liepen. Men nam die grapjassen voor waterduivels.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (vrijbos)
82D
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Woumen   
