Hoofdtekst
Beschrijving
Twee mannen die ’s avonds waren gaan kaarten, wandelden samen naar huis. Onderweg sloeg één van de mannen met zijn stok tegen een boomstronk en zei: “Die heeft men vijftien stukken gekost”. Men kon de geldstukken in de boomstronk horen rinkelen. De man had het geld daar moeten leggen nadat hij een dreigbrief had ontvangen.
De man had nog maar net met zijn stok tegen de boomstronk geslagen of er kwam een mannetje tevoorschijn dat de man begon af te ranselen. De man sprong van ellende over de draaiboom. Zijn vriend zag het kleine mannetje op de draaiboom zitten en hoorde het roepen: “L., waar ben jij? L., waar ben jij?” L. was iemand die ‘de Tras’ had gediend, maar die zich die avond niet aan de afspraak had gehouden en om die reden werd afgeranseld. De pastoor die dat alles te horen had gekregen, predikte op zondag: “Alle huisjes hebben kruisjes, behalve het huisje van L.”. L. werd door de duivel achternagezeten.
De man had nog maar net met zijn stok tegen de boomstronk geslagen of er kwam een mannetje tevoorschijn dat de man begon af te ranselen. De man sprong van ellende over de draaiboom. Zijn vriend zag het kleine mannetje op de draaiboom zitten en hoorde het roepen: “L., waar ben jij? L., waar ben jij?” L. was iemand die ‘de Tras’ had gediend, maar die zich die avond niet aan de afspraak had gehouden en om die reden werd afgeranseld. De pastoor die dat alles te horen had gekregen, predikte op zondag: “Alle huisjes hebben kruisjes, behalve het huisje van L.”. L. werd door de duivel achternagezeten.
Bron
M. Houtmeyers, Leuven, 1957
Commentaar
3.1 Duivels
brabants (diest en omstreken)
76
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Trasser   
Naam Locatie in Tekst
Kaggevinne   
