Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FVANH0151_0152_17889

Een sage (mondeling), 1967

Hoofdtekst

Ons vader heeft nog in ’n herberge geweest bij ook een. En ze kwamen af met twêen. En dat was ook te midden van de nacht. En in dien tijd, ze klapten stijf van de spoken hé. En zegt er daar één: "Gelijk wat dat er is, ‘k wille der op rijden, al was ‘t ‘nen ezel, ‘k wille der op rijden!" En hiuj had ’t nog maar gezeid of ’t stond daar ‘nen ezel met zijn gat naar hem gekeerd! En hij moeste der op rijden, maar hij dorste der niet op rijden. En zulder waren op den bovenkant en dien ezel liep in de gracht neffens ulder zo. En dien ezel in de gracht was zo groot en hoge of zulder. En hoe zeerder dat ze gingen, hoe zeerder dat dien ezel ging.

Onderwerp

SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).    SINSAG 0333 - Spuktier erschreckt Wanderer (und begleitet ihn).   

Beschrijving

Twee mannen kwamen 's nachts terug van een herberg. Plots sprak één van de mannen: "Wat er ook verschijnt, ik wil erop rijden. Al was het een ezel, ik wil erop rijden". De woorden van de man waren nog niet koud of er verscheen een ezel. De man was echter te bang om op de ezel te rijden. Hoe sneller de mannen naar huis liepen, hoe sneller de ezel hen volgde.

Bron

F. Van Houdenhove, Leuven, 1967

Commentaar

1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
189
Vader van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Tiegem    Tiegem