Hoofdtekst
Julietje Tieleman van hierover zei dat altijd. Dat was een stokoud wijvetje. Ip nen avond hoorden w’altijd maar: "wheu”. Julietje was bereden van de mare; "’k Wille ropen”, zei Julietje, "maar ‘k en kanne niet”.
Onderwerp
SINSAG 0291 - Mensch von Mahr beritten   
Beschrijving
Een vrouw die door de maar werd bereden, probeerde te roepen, maar er kwam geen geluid.
Bron
W. Van Houcke, Leuven, 1970
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
west-vlaams (houtland)
139
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Bekegem   
