Hoofdtekst
Doa was e vrouwke in Horepmaal, as die op straat was, dan maakten ze altijd kruizer op de grond en dan zegden ze: 'nu kan ze niet door', mè die zou U anders vol luis(= luizen) gezatte (= gezet) hebben ! Doa was een meid in een wenning (= hoeve) en die had schoon käm (= kammen) in h'r haar, die moewd (= mode) kwam toen op. Ene keer kwam dat vrouwke in de wenning binnen en opeens ze(g)t ze tegen de meid: 'dat zijn nog wel schoon käm, zo ene moes(t) zje mich wel langen (= geven) voor o(n)s Bertha!' en ze komt zo met h'r hand over hare kop... en 's nach(t)s kon de meid nie slapen, ze had pijn aan h're kop en toen zeggen ze tegen h'r: 'mè staat toch eens op en gaat eens kieke wa doa gons (= gaande) is en toen zat h'r haar heel vol luis!
Onderwerp
SINSAG 0582 - Hexe schickt Läuse, Flühe, Mäuse.
  
Beschrijving
Een vrouwtje uit Horpmaal kwam bij een meid en sprak: "Maar jij hebt mooie kammen in je haar! Zo moet je me er eentje geven voor Bertha!" Het vrouwtje streek met haar hand over de mooie haren van de meid. Die nacht kon de meid niet slapen. Toen ze opstond, stelde ze vast dat haar haren vol luizen zaten.
Wanneer dat vrouwtje uit Horpmaal in de buurt was, tekende men altijd een kruis op straat. Op die manier kon ze immers niet door.
Wanneer dat vrouwtje uit Horpmaal in de buurt was, tekende men altijd een kruis op straat. Op die manier kon ze immers niet door.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
2.1 Heksen
limburgs (tongeren en omstreken)
618
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bertha   
Naam Locatie in Tekst
Heks   
Plaats van Handelen
Horpmaal   
