Hoofdtekst
Beschrijving
Op een boerderij waar zes mensen verbleven, hoorde men kleudde met zijn keet rammelen. Niemand durfde naar buiten te gaan, maar één van de mensen sprak: “Ik ga wat heet water nemen en dat door het raam op kleudde gieten”. Dat lukte echter niet.
Bron
W. Van Wesenbeek, Leuven, 1969
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
brabants (brussel en omstreken)
152
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Kleudde met zijn keet   
Naam Locatie in Tekst
Zellik   
