Hoofdtekst
X: Ja, zoiets.. .of ne loekebèr, dat kent ge misschien wel ?10 I Ne loekebèr?X Nee ? Dat ze vertelden aan de klein mannen zo.10 Dat zeiden ze allemaal tegen de klein mannen vroeger. : «Pas op, hé, want daar zit ne loekebèr in de bos ». of ei of la. Of in het kolenkot, daar was een deur aan, en dan maakten ze de kinderen bang : « Ik zal u sewwes eens in het kolenkot steken, en daar zit ne loekebèr.
Beschrijving
Vroeger maakte men de kinderen bang met verhalen over de loekebeer die in het bos of in het kolenhok zou hebben gezeten.
Bron
A. Helsen, Leuven, 2001
Commentaar
1.5 Plaaggeesten
antwerps (veerle)
10I
fabulaat
Naam Overig in Tekst
loekebeer (kinderschrik)   
Naam Locatie in Tekst
Veerle   

