Hoofdtekst
Baeckelant.As ekik een manneke was, da ‘k op de strate liep, hê kik nog mensen horen vertelle van Baeckelant en Jan de Lichte, - ge weet wel: van die olijke bende, der zijn daar boeken af newaar.Da waren bandieten, den enen was ditte en den anderen was datte en Baeckelant was kapitein newaar. En den dienen gink mee alles rond newaar en ie vrieg aan d’heren om te meugen meerijen, dat ie zo moe was. En ginder stond zijn bende hem af te wachten en ze bonden hem en ze deên hem en ze paktegen al ’t dingen af: perd en kerr’ en al, en hij lag daar gebonden! En de mensen kwamen der op en azo en koesten z’hem nooit nie pakken veur iet.En as ’t ie op ’t schavot stond, ie en hâ maar één spijtement: dat ie ne keer ne man doodgedaan hâ veur zijn geld en ie en hâ maar ne cens!
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Bakelandt en Jan de Lichte waren leiders van een roversbende. Bendeleider Bakelandt leurde met allerlei zaken en vroeg aan de heren of hij met hen mocht meerijden omdat hij zo moe was. Wat verderop werd Bakelandt opgewacht door de andere leden van de bende, die de heer vastbonden en al zijn bezittingen stalen.
Op het schavot verklaarde Bakelandt dat hij maar van één ding spijt had; namelijk dat hij een keer een roofmoord had gepleegd op een man die maar één cent had.
Op het schavot verklaarde Bakelandt dat hij maar van één ding spijt had; namelijk dat hij een keer een roofmoord had gepleegd op een man die maar één cent had.
Bron
R. De Geeter, Gent, 1952
Commentaar
4. Historische sagen
oost-vlaams (zuiden)
235
fabulaat
Naam Overig in Tekst
bende van Jan de Lichte   
Bakelandt (bende van)   
Jan de Lichte (bende van)   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Maarke-Kerkem   
