Hoofdtekst
Onderwerp
SINSAG 0182 - Wiedergänger als Irrlicht   
SINSAG 0361 - Spuktier, das immer grösser wird, erschreckt Mann.
  
Beschrijving
Bij de familie P. had een ongehuwde dochter een kind gekregen. Men had het kindje gewurgd en daarna in een put geworpen. Omdat het kindje niet gedoopt was, werd het na zijn dood een dwaallichtje dat kwam spoken. Sindsdien gebeurden in het huis vaak vreemde dingen, zodat niemand meer bij de familie P. wilde logeren. Op een dag kwam er een bedelaar aankloppen bij P. De mensen vroegen of hij onderdak wilde. De bedelaar nam het voorstel gretig aan. De bedelaar had wel opgemerkt dat de mensen de deuren met stevige sloten vergrendelde, maar hij dacht dat de vrouwen misschien bang waren van hem. Om klokslag middernacht vlogen alle gesloten deuren plots open en en er stormde iets met een hels lawaai de trappen op. De bedelaar nam haastig zijn kleren en liep zo snel hij kon het huis uit.
Bron
F. Beckers, Leuven, 1947
Commentaar
1.3 Vuurgeesten
zuid-limburgs
Waar iemand vermoord werd, spookt het: variante 2
fabulaat
Cfr. volgend verhaal uit de nagelaten geschriften van Jules Frère:
Onder in de Kielenstraat stond vroeger een stadspomp. Op kerstnacht om klokslag twaalf uur begon de pompslinger vanzelf te slaan, terwijl men in de put kindergeschrei hoorde.
De historische kern van dit verhaal is te vinden in het Crimineel Register der stad Tongeren, over de jaren 1755-1763.
(A. E. had op 11 december 1761 een pasgeboren onwettig kind in de put van de Kielenstraat om het leven gebracht.)
Cfr. volgend verhaal gepubliceerd door L. Lambrechts in Limburgsch Jaarboek, II, 1893, p. 17:
In de buurt van Werm, waar de heksen 's nachts rond een grote perenboom dansten, vindt men een klein bos dat het Verkensgezicht wordt genoemd. Een ongehuwde boerendochter wilde zich van haar pasgeboren kind ontdoen, en wierp het in het Verkensgezicht. De baby werd verslonden door een zeug. Sindsdien hoorde men bij een storm het kindje huilen, en bij maneschijn kon men de schaduw van het varken nog zien. Geen enkele stroper durfde in dat bos te jagen. Op een dag was er toch een stroper die het aandurfde. Toen de man een haas had geschoten en het dier wilde oprapen, werd de haas zo groot als een veulen. De stroper liet het beest vallen en sloeg op de vlucht. De volgende dag was op die plaats niets vreemds te bespeuren. Drie weken later is de stroper gestorven.
Cfr. L. Lambrechts, Folkloristische Aanteekeningen over Tongeren en omstreken, in Limburg, XIII, 1931, p. 34-39
Onder in de Kielenstraat stond vroeger een stadspomp. Op kerstnacht om klokslag twaalf uur begon de pompslinger vanzelf te slaan, terwijl men in de put kindergeschrei hoorde.
De historische kern van dit verhaal is te vinden in het Crimineel Register der stad Tongeren, over de jaren 1755-1763.
(A. E. had op 11 december 1761 een pasgeboren onwettig kind in de put van de Kielenstraat om het leven gebracht.)
Cfr. volgend verhaal gepubliceerd door L. Lambrechts in Limburgsch Jaarboek, II, 1893, p. 17:
In de buurt van Werm, waar de heksen 's nachts rond een grote perenboom dansten, vindt men een klein bos dat het Verkensgezicht wordt genoemd. Een ongehuwde boerendochter wilde zich van haar pasgeboren kind ontdoen, en wierp het in het Verkensgezicht. De baby werd verslonden door een zeug. Sindsdien hoorde men bij een storm het kindje huilen, en bij maneschijn kon men de schaduw van het varken nog zien. Geen enkele stroper durfde in dat bos te jagen. Op een dag was er toch een stroper die het aandurfde. Toen de man een haas had geschoten en het dier wilde oprapen, werd de haas zo groot als een veulen. De stroper liet het beest vallen en sloeg op de vlucht. De volgende dag was op die plaats niets vreemds te bespeuren. Drie weken later is de stroper gestorven.
Cfr. L. Lambrechts, Folkloristische Aanteekeningen over Tongeren en omstreken, in Limburg, XIII, 1931, p. 34-39
Naam Overig in Tekst
Verkensgezicht   
Naam Locatie in Tekst
Niel-bij-Sint-Truiden   
Plaats van Handelen
Werm   
Kielenstraat   
Tongeren   
