Hoofdtekst
’t Was aan de zwarte molen, bij Leo Vandepitte. Ze waren bezig met hun te kleden om naar een begraving te gaan. Er komt daar een vent aan de deur en zegt hij: "Mag ik een boterham hebben”? "Ja je”, zegt ze, "rechtuit” (direct). En ze gaven er een maar je pakte den hand vast van de deze die die boterham gaf en je zei: "merci” en je was weg. En op ’t ogenblik ze waren vergeven van de luizen: jij en zijn vrouw en heel het pachtgoed. Zegt Rosalie: "’k Gaan ik naar Nieuwkerke achter mijnheer Paster”! De paster heeft gekomen en hij heeft gelezen en gedaan, de stallingen gewijd en heel de bazar en al met een keer die luizen waren weg. Een beetje later die man gaat entwaar om een commissie (boodschap) te doen bij de Zwarte Molen en hij komt dien vent tegen en dien vent zegt: "’k Heb je gehad hee”! Dat was een schaper.
Onderwerp
SINSAG 0582 - Hexe schickt Läuse, Flühe, Mäuse.
  
Beschrijving
Een boer en een boerin waren zich aan het klaarmaken om naar een begrafenis te vertrekken, toen er een bedelaar om een boterham kwam vragen. Toen de boer de man een snede brood gaf, raakte de bedelaar zijn hand aan, bedankte hem en verdween. Daarna zaten de boer en de boerin en ook het hele huis vol luizen. De boerin ging de pastoor halen, die het huis kwam wijden en gebeden zegde. Op die manier slaagde de pastoor erin alle luizen te doen verdwijnen. Een tijdje later ging de boer bij de Zwarte Molen in Kemmel een boodschap doen. Toen hij daar die bedelaar tegenkwam, sprak die tot hem: "Nu had ik je liggen hè!" Die bedelaar was een Duitse schaper.
Bron
K. Erard, Leuven, 1966
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
17a
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Duitse schaper   
Zwarte Molen (Kemmel)   
Naam Locatie in Tekst
Nieuwkerke   
