Hoofdtekst
Liete ging geren wor dat er klene joengens woren om te betovern, zein ze. ‘k Weten ik ook niet o Liete eessen (ooit) etwien betoverd éét. Mor in ieder geval ze gerochte zij in niet vele plekken binnen. Ze klopte an de vijnsters om te vragen o ze binnenmochte en de menschen pakten ulder kotterare (pook) en ze zein: "Zie mor daj niet binnenkomt!"
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Een toveres probeerde altijd in de buurt van kleine kinderen te komen. Een vrouw uit Westrozebeke die kon toveren, werd haast nergens binnengelaten. Wanneer ze ergens op het raam ging kloppen, namen de mensen hun kachelpook en riepen: "Blijf jij maar buiten!"
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (vrijbos)
123C
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Liete Krulle   
Naam Locatie in Tekst
Westrozebeke   
Plaats van Handelen
Westrozebeke   
