Hoofdtekst
De waterduvle dat was nen hond bij (met) een keten aan zijn gat en hij kwam uit een beke of een put. En oje (als ge) niet oplettige pakte hij je vaste en smeet hij je in de gracht. Ze maaktigen daar ook de mensen bij schuw en ook de kleine jongens. Ze zeien: "’k Ga ’t ne keer zeggen aan de waterduvle", "’k Ga je mee gevene (geven) aan de waterduvle."
Beschrijving
De waterduivel was een hond met een ketting, die uit een beek of een put sprong en voorbijgangers in de gracht trok. Soms maakte men kleine kinderen bang door te zeggen: "Ik zal het vertellen aan de waterduivel!" of: "Ik zal je meegeven met de waterduivel!"
Bron
O. Mattheeuws, Leuven, s.d.
Commentaar
1.1 Watergeesten
west-vlaams (grens oost- en zeeuws-vlaanderen)
111
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Oedelem   
