Hoofdtekst
Bouckaert was naar d’hoogmesse en zijn madam was kurieus en ze wilde ‘ne keer in één van die oude boeken lezen. En ze begint erin te lezen. En in ene keer was ze lijk aardig, ze kwam slecht en dat was omdat ze te verre gelezen had volgens heur’ne vent.En ze kwam van den duivel bezeten en ’t was zo erg dat ze ging versmachten, ze nepen in heur kele en ze presten heur van alle kanten.En den domistiek liep zere naar de kerke om Bouckaert, die in d’hoogmesse zat, te halen. En den domistiek zei: "Mijnhere, ge moet zere naar huis, madam is bezeten van de duivels!" En Bouckaert zei: "Loop zere naar huis en pak ‘ne zak lijnzaad, giet hem in d’houtmijte en ze gaan der ulder mee bezig houden." Hij doet dadde, maar achter ‘ne zekeren tijd, de rokapkes hadden dat opgeraapt.En hij loopt were naar de kerke en hij zegt: "Mijnhere, ’t is nog verslecht!" – "Maar wat heeft ze toch uitgestoken?" zegt Bouckaert, en hij gaat mee naar huis. En hij giet zoetemelk in kernemelk en hij zegt tegen de rokapkes: "Scheidt dadde!"En Bouckaert maakt hem kwaad tegen zijn vrouwe omdat ze in den boek gelezen had, en hij zegt: "’k Heb u honderd en duizend keers gezeid en ge kunt ’t nog niet laten! Chance dat ‘k in den omtrek was, want ze gingen u doen versmachten en creveren!"
Onderwerp
SINSAG 0751 - Der Zauberlehrling.   
Beschrijving
Een man die toverboeken bezat, ging naar de hoogmis. Ondertussen las de echtgenote van die man stiekem in de toverboeken. Omdat de vrouw te ver had gelezen, raakte ze door de duivel bezeten. Het leek wel alsof de duivel haar keel wilde dichtknijpen. De knecht haastte zich naar de kerk om de man te vertellen wat er aan de hand was. "Giet een zak lijnzaad in de hooimijt!" sprak de man tot de knecht. Na een tijdje hadden de rode mutsjes dat lijnzaad allemaal opgeraapt. De knecht ging opnieuw naar de kerk, waarop de man mee naar huis kwam. De man goot zoete melk bij karnemelk en gaf de rode mutsjes de opdracht die twee melksoorten te scheiden. De man was erg boos op zijn vrouw.
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
2.3 Toverboeken
west-vlaams (tussen schelde en leie)
479
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ingooigem   
