Hoofdtekst
Er was doa een die were keerde. Je liep roend met een ende van een stoake. Er was niemand die er entwodde tegen zei. Je zei oltied: “Woa mo’k ’t steken, woa moe’k ’t steken”. Entwiene die droenke was zei: “Stikt ze woa da je ze utgetrokken hèt”. Je stak ze woa dat ne ze utgetrokken had en je was verlost.
Onderwerp
SINSAG 0404 - Wo soll ich ihn hinsetzen?
  
Beschrijving
Een teruggekeerde dode die rondliep met een stok, riep de hele tijd: "Waar moet ik het steken? Waar moet ik het steken?" Nadat een dronkaard had geantwoord: "Steek het waar je het uitgetrokken hebt", was het spook verlost.
Bron
R. Callens, Leuven, 1968
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (tielt en izegem)
169
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Meulebeke   
