Hoofdtekst
Menere Joestens wos daarvoor goed gekend. Van oe ik nog meeweunde bi min schoonouders, gebeurde ’t ne keer dat ze geld gepakt wos, en nateurlik wos ’t ikke, junder schoondochtere. Maar ‘k ginge naar onderpaster Joestens en den dien kwam af, en je ging ter rechte naar toe, en hij begoste te peinzen, en ’t geld viel van heuren borst. Maar had hem moeten zien zweten, ’t likte van zijn voorhoofd.
Onderwerp
SINSAG 0750 - Andere Zauberei.   
Beschrijving
Een vrouw die bij haar schoonouders woonde, werd ervan beschuldigd geld van haar schoonouders te hebben gestolen. De vrouw ging te rade bij de pastoor. De geestelijke stapte onmiddellijk naar de dievegge toe en begon na te denken tot de zweetdruppels van zijn gezicht rolden. Even later viel het geld van de borst van de dievegge.
Bron
M. Reynaert, Leuven, 1965
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (ieper)
329
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Zonnebeke   
