Hoofdtekst
Mijn greutma was van Troot en thaus koem altaid ne grote kettelhond en dei pakte de minsen oan. En mijn greutma zaag: 'Ge moet ene rooie moalplak pakken en dei in zijn maul gooien en dan weunt hij terug mins.' En ze deden dat. 's Oavends als ze soamen in de café komen hoa do ene man nog de fetsen in zijn taan hangen en toen wisten ze dat hij de weerwolf was.
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
Beschrijving
Een vrouw uit Troot had gehoord dat in het dorp een grote hond met een ketting rondliep. Daarop gaf ze de mensen de volgende raad: "Gooi een rode zakdoek naar de muil van de hond, en dan zal hij terug mens worden". 's Avonds zagen ze in het café een man die de rode vezels van de zakdoek nog tussen zijn tanden had.
Bron
R. Jageneau, Leuven, 1965
Commentaar
1.6 Weerwolven
limburgs (borgloon)
508
Grootmoeder van de informant
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Sint-Huibrechts-Hern   
Plaats van Handelen
Troot   
