Hoofdtekst
Bij nen boer ging het al kapot dat er was. Flip, mijne kozijn ging er naartoe. “Zet mij daar ne keer een mijte op ’t hof mee 6 bundels stroot rond om d’er vier aan te steken”, zei ’t ie. Ge moet nie benauwd zijn, ’t hof zal nie branden, maar ge moet allemaal gaan slapen.” Ie stook ’t allemaal in brand(e). ’s Anderendaags lag de gebuurvrouwe geheel verkolkt in haar bed(de). Van tuus af heeft alles were beginnen groeien.
Onderwerp
SINSAG 0580 - Andere Hexenkünste   
Beschrijving
Op een boerderij waar alle dieren wegkwijnden, stak men een mijt met zes bussels stro in brand. De mensen moesten dan allemaal gaan slapen. De volgende dag lag de buurvrouw helemaal ‘verkalkt’ in haar bed. Daarna had men op de boerderij geen problemen meer.
Bron
M.-P. Kesteleyn, Leuven, 1964
Commentaar
2.1 Heksen
oost-vlaams (vlaamse ardennen)
271
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Nederbrakel   
