Registratie zal enige tijd duren. Deze functie is in ontwikkeling.

FVANH0134_0134_17849

Een sage (mondeling), 1967

Hoofdtekst

Als ‘k nog ‘ne kadé was, was-t-er hier ’n oud baaske. En hij sprak van niet anders of van de keren dat hij "keerskens" gezien had.En als hij de zondagavond naar huis kwam - als ’t al waar is wat dat hij vertelde, wete ‘k niet zulle - was-t-er ommeddekeer ’n keerske dichte tegen hem, en in ‘ne wip zag hij ’t vijfentwintig meters verder. En hij volgde dat keerske en hij kwam in ’t bos terecht, en hij was verleerd! En hij is blijven rondlopen op dezelfste plekke tot ’s nuchtends.En de volgende keer dat hij dat keerske zag, is-t-ie zere weggelopen naar huis, want als ge dat volgt, zijt ge ommeddekeer verleerd.

Beschrijving

Een man die op een zondagavond naar huis kwam, zag plots een kaarsje naast zich. Even later verscheen het kaarsje vijfentwintig meter verderop. De man volgde het kaarsje en belandde in het bos, waar hij verdwaalde. Pas de volgende ochtend kwam de man weer thuis. Sindsdien heeft de man het nooit nog aangedurfd kaarsjes te volgen.

Bron

F. Van Houdenhove, Leuven, 1967

Commentaar

1.3 Vuurgeesten
west-vlaams (tussen schelde en leie)
149
Kindertijd van de informant
fabulaat

Naam Locatie in Tekst

Kaster    Kaster