Hoofdtekst
Aan de burch(t) in Colmo(n)t was enen onderaardse gang, doa zaten älvermännekes. Die stonden 's nach(t)s op en dan gingen ze hout kappen voor de minse. As doa ereges veel werek was, dan zeine (= zegden) ze dat ze kwamen helepen, mè dan moogde zje nie kieke. Doa was eens ene, die was hen gaan afloeren (= bespieden), mè doa zijn ze nooit mee(r) gekomen. Zje moes(t) hun dan wel eten geven, mè 's moreges was alles gedaan.
Onderwerp
SINSAG 0063 - Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld)   
SINSAG 0065 - Zwerge wollen nicht belauert werden   
Beschrijving
De alvermannetjes woonden in een onderaardse gang bij de burcht in Colmont. 's Nachts gingen de dwergjes voor de mensen hout kappen in ruil voor wat voedsel. De alvermannetjes wilden niet bespied worden wanneer ze aan het werk waren.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.2 Aardgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
15
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mal   
Plaats van Handelen
Colmont   
