Hoofdtekst
‘k En ook nog hoord datten up roete wos met zijn bende en datten een tegen kwam die zei: "’k Geloven daj gaat e slichten nacht èn." Enn’ed hij toen die mens geslegen toetdatten schier dood wos. Ze zein oltijd dat er dor nog in geweest èn van Klerken. Volgens dat ze zein, gingen ze zieder gon werken om toen ’s nachts te gon roven. Dat wos pleutevolk enee? Enne wos hij nog niet oed o z’hem gepakt èn. ‘k En ik nog horen zeggen datten verscholen zat in e keunekot. De polische ed hem olleszins gepakt. ’t Wos e bende van in de dertig man, zein ze, die dorin speelden. ’t Wos toen bus toet tegen Langemark en toet tegen Poelkapelle-stosche.
Onderwerp
SINSAG 1320 - Andere Räubergeschichten.   
Beschrijving
Toen Bakelandt met zijn kompanen op pad was, sprak iemand tot hem: "Ik denk dat jij een slechte nacht zal hebben". Daarop sloeg Bakelandt die man halfdood.
Bij de bende van Bakelandt zouden ook mensen uit Klerken zijn geweest. De rovers gingen overdag op boerderijen werken, om er 's nachts een inbraak te plegen. De bende bestond uit zo'n dertig rovers.
Bakelandt zou door de politie zijn opgepakt in een konijnenhok.
Ten tijde van Bakelandt was het gebied tussen Langemark en het station van Poelkapelle helemaal bebost.
Bij de bende van Bakelandt zouden ook mensen uit Klerken zijn geweest. De rovers gingen overdag op boerderijen werken, om er 's nachts een inbraak te plegen. De bende bestond uit zo'n dertig rovers.
Bakelandt zou door de politie zijn opgepakt in een konijnenhok.
Ten tijde van Bakelandt was het gebied tussen Langemark en het station van Poelkapelle helemaal bebost.
Bron
S. Top, Leuven, 1964
Commentaar
4. Historische sagen
west-vlaams (vrijbos)
93B
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Bakelandt   
Bakelandt (bende van)   
bende van Bakelandt   
Naam Locatie in Tekst
Woumen   
Plaats van Handelen
Langemark   
Klerken   
Poelkapelle   
