Hoofdtekst
Doa was ene pachter op een wenning van Meumerke (= hoeve in Membruggen), die wenning was van de kne(ch)t mè de pachter had ze hem onttrokken. Na zijn dood kwamter terug spoken 's nachts. Dat was een heel gewoel en dan was doa e koet (= gat) en doa kwam e spook uit de grond op met ketele (= kettingen): 'ich kom uit de hel, zeiter, en ich kom zeggen dat ge moet teruggeven wa ich gestolen heb; dat was van de kne(ch)t.' Toen hebben ze alles teruggegeven aan de kne(ch)t.
Onderwerp
SINSAG 0450 - Andere Tote spuken.   
Beschrijving
Een boer uit Membruggen had zich de hoeve van een knecht op onrechtmatige wijze toegeëigend. Na zijn dood moest de boer komen spoken. Uit een put in de grond kwam een spook met kettingen om de hals. De overleden boer sprak: "Ik kom uit de hel. Ik kom vragen of je alles wat ik heb gestolen, wil teruggeven aan de knecht." Dat heeft men dan ook gedaan.
Bron
M. Dreezen, Leuven, 1967
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
limburgs (tongeren en omstreken)
420
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Membruggen   
Plaats van Handelen
Membruggen   
