Hoofdtekst
‘k Hadde binst den oorloge, ‘k was in permissie gekomen naar Boeschepe, ‘k vonde de route niet, en als ik boven de Katsberg kom, ‘k zagen de route daar leggen, en ‘k gingen in een herberge en ‘k zeggen: “Madame, zeg een keer waar dat de route is”, en ze zei het. En ‘k gingen derrewaarts (daar naartoe) en ‘k zweette en ‘k zweette. Dat was een die met mij speelde en ‘k heb mij toen in de sparren gelegd en als ik dan nog een keer ging, ‘k heb het gevonden.
Beschrijving
Een man had tijdens de oorlog verlof gekregen. Toen de man naar Boeschepe wilde gaan, raakte hij verdwaald. Op de Katsberg zag de man de weg liggen, maar hij moest in een herberg toch weer vragen langswaar hij moest gaan. De man vermoedde dat hij het slachtoffer was geworden van iemand die hem wilde plagen. Onderweg ging de man tussen de sparren liggen. Zodra hij weer opstond, kon de man zich opnieuw oriënteren.
Bron
A.-M. Devynck, Leuven, 1965
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (franse grens)
259
memoraat
Naam Locatie in Tekst
Houtkerke   
Plaats van Handelen
Boeschepe   
Katsberg   
