Hoofdtekst
Den Adventstijd is de weerwolfstijd! Ge moet toen zien dat ge achter ten zessen ’s navonds niet meer buiten gaat want den Advent is begonnen, en ge weet dat is de weerwolfstijd.Op ‘ne keer zei boer Meerhaeghe tegen zijne knecht: "Ewel, Fiel, ge moet zien dat de poorte en de staldeuren goed gegrendeld zijn en haast ulder maar dat ge binnen zijt!" Maar Gust, zijne zeune, zei: "Vader, laat hem maar komen, ‘k heb der wat op gevonden en ‘k en benne den enigsten niet waar dat hij ervan zal krijgen!" En ommeddekeer horen ze de weerwolf afkomen! Den boer had al klossen garen van ’t weefgetouw gepakt lijk dat de zeune gezeid had en als de werewolf zuuste aan de deure was, trekt den boer de deure open en smijt de klossen garen naar buiten en smijt zere de deure were toe!"En hoe ziet ie eruit", vroegen ze. "Ewel, half beeste, half mens. Maar ‘k heb hem zo goed niet gezien, ‘ne mens heeft geen grote goeste om goed te kijken! Maar we zijn der van af, want hij gaat werk genoeg hebben met al dat garen!"En ’s anderdaags zagen den boer en de boerinne dat Fiel nog garen tussen zijn tanden had! Ja, de knecht van Meerhaeghens was onder den dwang van den werewolf.
Onderwerp
SINSAG 0823 - Das zerbissene Tuch.   
Beschrijving
Tijdens de Adventsperiode mocht men na zes uur 's avonds niet meer buitenkomen, want dan waren de weerwolven op pad. Op een dag sprak een boer tot zijn knecht: "Zorg dat de poort en de deur van de stal vergrendeld zijn en haast je dan naar binnen". Daarop sprak de boerenzoon tot zijn vader: "Dat is niet nodig. Ik ken een goed middel om de weerwolven een lesje te leren!" Toen men de weerwolf hoorde aankomen, gooide men garen van het weefgetouw buiten. De volgende dag zagen de boer en de boerin dat hun knecht garen tussen zijn tanden had...
Bron
F. Van Houdenhove, Leuven, 1967
Commentaar
1.6 Weerwolven
west-vlaams (tussen schelde en leie)
550
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Advent   
Naam Locatie in Tekst
Avelgem   
