Hoofdtekst
D’r waren mensen die bekend waren da ze ne zekere macht hân, maar ze zeien daar geen tovenaar of hekse tegen, want da was te wreed.Gusten Deweerd had een zwijn verkocht en je reed da zwijn met een koe naar Wingene. Amenekeer kost die koe geen weg nie meer. En Gusten, trekken en maar trekken, maar je mocht de karre zelve trekken. En je reed voort, want ’t is zo waar of da’k hier benne, en ’t er stoend daar ne vint, en da was de vadre van Vantournouts moedre, den diltekatre, zeien ze d’r tegen. Je zag Gusten kommen en alle stappen moeten stillestaan. "Tiepen (me dunkt) da j’ zoveel mizerie hèt", zei Vantoernoet. "Ja’k, ’t is lastig", zei Gusten, en van ton voort goenk het veel gemakkelijker, want j’had met entwien geklapt en nu hân de beesten geen macht nie meer.
Onderwerp
SINSAG 0666 - Zauberer bannt an den Ort.   
Beschrijving
Sommige mensen beschikten over bijzondere krachten. Een boer uit Ruddervoorde had zijn varken verkocht en bracht het dier met een koe naar Wingene. Onderweg wilde de koe de kar echter niet meer trekken. Langs de weg stond een man, die zei: "Dat je toch zoveel ongeluk hebt!" Nadat de boer een tijdje met die man had gepraat, ging de koe weer voort. Door dat gesprek hadden de dieren namelijk geen macht meer.
Bron
P. Vandewalle, Leuven, 1968
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (o van houtland)
427
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Ruddervoorde   
Plaats van Handelen
Ruddervoorde   
Wingene   
