Hoofdtekst
Ze zein dat e paster, e Cavereel. En ’t was een die ieder ki, de zundagavend trok an de belle. En omme ki die vint moeste bluven plakken an de belle. En ’s nuchtens ot de paster opstoeg; E zei “wiene doei gie an de belle”. En e las e bitje en e koste weg.
Onderwerp
SINSAG 0666 - Zauberer bannt an den Ort.   
Beschrijving
Een man ging iedere week op zondagavond aanbellen bij de pastoor, om dan weg te lopen. Op een dag bleef die man vastplakken aan de bel. Toen de pastoor 's ochtends opstond, sprak hij tot de man: "Wat doe jij hier bij die bel?" Nadat de pastoor een tijdje had gebeden, kon de man weer weg.
Bron
S. Van Bael - Lehouck, Leuven, 1969
Commentaar
2.2 Tovenaars
west-vlaams (bachten de kupe)
592
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Vinkem   
