Hoofdtekst
I En wat in die boek staat van Riemst over het Avergat, hebt gij dat ook geschreven?49 Ja, ik heb dat geschreven, maar daar weet ik eigenlijk niet zo heel veel meer van. Dat daar zoveel kilometer berg is?I Nee, van de ‘èèverkes’.49 Oh, de ‘èèvermènnekes’. Ja, ja, dat heb ik ook geschreven. Dat waren gebochelde wezens, hé. Maar dat was zo ook bij ons, dat heb ik altijd meegemaakt. Altijd als we in het veld ‘jèppele’ (= aardappelen) aan het steken waren en het begon donker te worden of het was avond, dan zeiden ze: "Laat dat maar staan, de ‘èèvermènnekes’ komen dat wel doen." Maar dat was zoiets voor jezelf troost te geven, hé! Dat waren goedaardige wezens.I Waarom heetten ze het eigelijk het Avergat?49 Ik heb ontdekt dat dat te maken heeft met ‘èèvermènnekes’ omdat die ‘mènnekes’ moesten ergens ’s nachts zitten, overdag zitten en waar konden ze beter zitten al in de berg?I Ah! Hebt ge dat ook van iemand horen vertellen?49 Ik heb het ook van iemand horen vertellen.I Mag ik ook weten van wie?49 Die is dood, Jef Vrijens. Die is dood. Maar ik ben eigenlijk toch zo geprikkeld. Ik weet doorgaans wel van wie de bron is. Als ik zoiets hoor vertellen, daar bijt ik me ook in vast. Zo heb ik m’n boeken ook geschreven. Zo’n dingen, dat onthoud ik en dat gaat ‘nemé’ eruit. Ik hoef dat niet op te schrijven, ik weet het.I Omdat ik ben nog bij ‘läöi’ in Kanne geweest en eigenlijk niemand kon mij dat ‘tegoei’ zeggen hoe het met het Avergat nu eigenlijk zit. Ik denk, die van Kanne moeten dat toch weten.49 In Diepenbeek hebben ze ook ‘èèvermènnekes’, hé. Daar hebben ze beeldjes staan ervan. Trollen. Ik heb dat ook gaan opzoeken wat dat eigenlijk allemaal behelst. Dat heeft allemaal ook met de mythen te maken, ook weer de verhalen van dingen wat niet haalbaar zijn, maar wat door de dinge van die ‘èèvermènnekes’ toch mogelijk zijn.I Maar ze zeiden nooit dat die ‘èèvermènnekes’, dat die ook iets kwaad konden doen?49 Nene, maar je zag ze ook niet. Die waren niet zichtbaar. Ze deden goed, ze kwamen je helpen zogezegd ’s nachts.I Maar je moest ze niet belonen of zo?49 Neenee. Dat waren goedaardige wezen. Maar dan had je dan ook weer, ‘èèvermènnekes’ waren goedaardige wezens, maar de Bokkerijders en zo dat waren duivels en satans.I Vertelden ze daar ook over, over de Bokkerijders?49 Hier niet zoveel. De Bokkerijders was meer in Wellen en in de Kempen.
Onderwerp
SINSAG 0063 - Die hilfsbereiten Zwerge arbeiten in der Nacht für die Menschen für Nahrungsmittel (Tabak, Geld)   
Beschrijving
Als de mensen aardappelen aan het rooien waren, zeiden ze 's avonds soms: "De alvermannetjes zullen het werk wel afmaken!"
In het Avergat in Riemst hielden de dwergjes zich schuil.
In Diepenbeek stonden beeldjes van alvermannetjes of trollen.
In het Avergat in Riemst hielden de dwergjes zich schuil.
In Diepenbeek stonden beeldjes van alvermannetjes of trollen.
Bron
H. Schoefs, Leuven, 1996
Commentaar
1.2 Aardgeesten
limburgs (groot-riemst)
49II 877
fabulaat
Naam Overig in Tekst
Avergat (Riemst)   
Naam Locatie in Tekst
Vroenhoven   
Plaats van Handelen
Avergat (Riemst)   
Riemst   
Diepenbeek   
