Hoofdtekst
M: En wij woonden dus naast Fruitenborg en ge had dat kasteeltje – dat staat er nu niet meer – en ons huis en dan de paardestallen. Ons huis stond daartussen. En in den oorlog van '14-'18 trekken wij weg. En mijn vader die had dat kruisbeeldje dat daar nog hangt (ze wijst naar de muur), die had dat in de dakgoot gesmeten en gezegd zo van "Lieven Heer, als we wegzijn beschermt ons huis', of zoiets. En tijdens den oorlog is dat kasteeltje en die stallen afgebrand en ons huis stond er nog. Dat is toch straf, hé. En mijn vader wou dan hebben dat dat door dat kruisbeeld kwam en hij wou dat ik dat nooit zou wegdoen en dus heb ik het nog.
Beschrijving
Een familie woonde naast het kasteeltje Fruitenborg in Sint-Katelijne-Waver. Toen de mensen tijdens de eerste wereldoorlog hun woning verlieten, gooide de man een kruisbeeldje in de dakgoot met de woorden: “Lieve Heer, bescherm ons huis als we weg zijn”. Tijdens de oorlog zijn het kasteeltje en de stallen afgebrand, maar de concièrgewoning is blijven staan.
Bron
H. Schallenbergh, Leuven, 2000
Commentaar
antwerps (mechelen en omstreken)
17A
WOI
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Mechelen   
