Hoofdtekst
Onze gebeur was nen oude jonkman. Hij kende ne vent van Ruddervoorde die van alles kost: hij haalde geld uit, sneedt kleren van de mensen, deed veel farcen. Onze gebeur vroeg: "Leer mij dat ook ne keer!" Hij toonde hem iets. ’t Zat in een dooske, een zwart beestje met een bloedrood bekske. ’t Neemt alle dagen drie liksken bloed", zei hij. Later kwam de andere vragen of dat hij dat nu ook wilde kennen. Onze gebeur zei: "’k Moet ’t niet meer weten." Als ge veel chance had met de kaarten, zeien ze: "G’hebt een galgejonk."
Beschrijving
In Ruddervoorde woonde een man die geld kon doen verschijnen en de kleren van de mensen stuksneed. Op een dag vroeg een buurman aan die man hoe hij dat deed. Daarop toonde de man hem een doosje, waarin een zwart beestje met een bloedrood bekje zat. Iedere dag moest dat beestje drie druppels bloed krijgen.
Als mensen vroeger veel geluk hadden bij het kaarten, dan zei men: "Die heeft een galgenjong!"
Als mensen vroeger veel geluk hadden bij het kaarten, dan zei men: "Die heeft een galgenjong!"
Bron
M. Sagaert, Leuven, 1955
Commentaar
3.1 Duivels
west-vlaams (zuiden)
217
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Rollegem   
Plaats van Handelen
Ruddervoorde   
