Hoofdtekst
De keern van metje ging niet af. Er kwam daar ne raren op ’t hof. "’t Is niet", zei hij. Hij smeet ne versen koeistrond in de keern en z’had al de boter dat ze kwijt was de tijd tevoren.
Beschrijving
Een boerin die geen boter meer kon karnen, kreeg bezoek van een man die zei: "Dat is niet erg" en vervolgens koeienmest in het botervat gooide. Daarna had de boerin meer dan genoeg boter.
Bron
W. Van Houcke, Leuven, 1970
Commentaar
2.1 Heksen
west-vlaams (houtland)
392
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Torhout   
