Hoofdtekst
‘k en nog hoord dat er e boerderieje was. Die vint heette d’Heren en dan ze bie nachte den oegst ofdein, inhaalden, doschen en wien op de zolder. En ’s Nuchtens on z’opstoen, ’t was ol schone gevaagd.
Beschrijving
Op een boerderij werd 's nachts het graan gemaaid. Vervolgens werd de oogst binnengehaald en werd het kaf gescheiden van het koren. De volgende ochtend stond alles mooi op zijn plaats.
Bron
S. Van Bael - Lehouck, Leuven, 1969
Commentaar
1.4 Luchtgeesten
west-vlaams (bachten de kupe)
188
fabulaat
Naam Locatie in Tekst
Houtem   
